Docent Joyce Eijkhout is in 1997 afgestudeerd aan ABK Minerva en sindsdien als beeldend kunstenaar werkzaam. “Voor de start van de opleiding aan Minerva heb ik twee jaar Mode en Illustratie gestudeerd aan de kunstacademie in Arnhem. Ik ontdekte daar dat ik heel graag schilderde en me daar nog vrijer in voelde en ben toen naar Minerva gegaan”. Joyce werkt zowel autonoom als in opdracht, heeft in binnen- en buitenland geëxposeerd en haar werk is aangekocht door musea en particulieren. Na een aantal jaren als Masterdocent aan de Klassieke Academie werd ze ook docent in de Vakscholing.
Esther de Heer-Nobbe en Joyce Eijkhout
In Vakscholing 2 ben je verantwoordelijk voor het vak Schildertechnieken. Wat leer je dan?
“In het tweede jaar leer je aandachtig te kijken en te analyseren. Waar kijk je naar, wat doet het licht en de kleur daarvan, hoe zit het met tonaliteit en ruimte, maar bovenal: hoe vertaal je dat? Alle aspecten in de Vakopleiding zijn van cruciaal belang voor de ontwikkeling van je vaardigheden. De lesinhoud sluit aan op alle andere vakken en in alle lagen, vanaf Vakscholing 1 tot en met de Master. Wanneer je les krijgt in alle technieken en alles wat daar bij komt kijken in de schilderkunst, gaat er een wereld voor je open. Techniek is de basis van vrijheid en een groot vermogen voor alle kunstvormen. Als je daar onderdeel van kunt zijn is dat geweldig.”
In de Master geef je het keuzevak Het Binnenste Buiten. Wat hoop je dat de studenten meenemen van jouw lessen?
“Er is al veel kennis opgedaan in de eerste jaren. In de Master stuur je zowel inhoudelijk als technisch. Wie ben jij, wat wil je vertellen, wat vind je belangrijk, zijn onder andere vragen waar je mee aan de slag gaat. Je gaat je verder verdiepen en vooral toespitsen op de verdere ontwikkeling van het persoonlijke verhaal.
Werk van Beau Niedt en Mirre Dieleman gemaakt bij het keuzevak Het Binnenste Buiten
Kortom: welke keuzes maak je en waarom? Hoe zorg je dat de toeschouwer in het doek blijft en je ze begeleidt naar de essentie? Hierbij zijn spelen, onderzoeken, uitglijden, herpakken, experimenteren en opnieuw kijken essentieel. We bespreken zowel individueel als klassikaal. Ik zet in de Master in op die autonome keuzes. Dat ze zelfstandig de volledige regie leren nemen in de thematiek, opstelling, compositie, techniek, vaardigheden en hun eigen visie. Dat ze ontdekken wie ze zijn en met zelfvertrouwen én krachtig werk de academiejaren afsluiten. Maar bovenal: dat ze altìjd blijven spelen en leren dat hindernissen uitdagingen zijn. Dat ook een vergissing een verrassende wending kan geven en hoe bijzonder dat eigen handschrift is, wat een kracht daarin schuilt. Dat doen we naar aanleiding van bijzondere opstellingen. Elke opstelling, net als de realiteit en werken in opdracht, vertelt een verhaal. Wie is het model, wat is het beroep bijvoorbeeld, welk verhaal wordt er verteld in deze opstelling. De houding, kleding, belichting en omgeving spelen een cruciale rol. Dat kun je heel duidelijk in beeld brengen, over the top, alsook heel subtiel met een klein rood teentje. Met als doel: een krachtig schilderij waarbij alle keuzes die je maakt bewust zijn gestuurd zonder dat je het ziet en dat je ineens door die nieuw verworven technieken en de beheersing daarvan in de flow leert schilderen. Dat je leert schakelen tussen bewust en onbewust waarbij je die flow ook leert sturen zonder dat je het geheel uit het oog verliest. Dat geldt voor alle vakken in de Master. Het is een heel mooi geheel: vakmanschap is meesterschap.
‘De schrijver’, Laura Borgsteede en op de voorgrond Beau Niedt en Esther de Heer-Nobbe
‘De schrijver’ van Nienke Zuidema, Laura Borgsteede en Rianne Hardeman
Elke les brengt nieuwe uitdagingen. We hadden afgelopen les bijvoorbeeld ‘The Writer’, een personage uit eigen werk. Om ze te laten zien hoe je zoiets aan kunt vliegen.’Some books are to be tasted, others to be swallowed and some few to be chewed and digested’ is een uitspraak van Francis Bacon. En dan is het aan de studenten om daar een eigen draai aan te geven.”
Kun je vertellen wat het verschil is tussen lesgeven in de Vakscholing en in de Masterscholing?
“Het grootste verschil is de autonomie. Je leert in de Vakscholing alle technieken en potentiële mogelijkheden, je leert enorm veel op allerlei vlakken. In de Masterjaren zet je al deze kennis en kunde in om eigen beelden te creëeren, als zelfstandig kunstenaar en met een eigen beeldtaal.”
Wat betekent het lesgeven voor jou persoonlijk?
“De kruisbestuiving is geweldig. Wanneer studenten het ‘aha-moment’ hebben, grote ontdekkingen doen aan de hand van lesstof en gesprekken en vervolgens het eigen vermogen ontdekken; dat is zo bijzonder om daar getuige van te zijn. Dat al het voorgaande ineens beklijft. Dat stimuleert mij als docent en als kunstenaar. Het is echt geweldig om met z’n allen onderdeel te zijn van het tot wasdom komen van hun autonomie, hun identiteit. Er wordt prachtig en interessant werk gemaakt. Hun zoektocht, die eagerness, het worstelen en enthousiasme wanneer het gaat zoals je wilt, heeft ook z’n weerslag op mij. Dat zijn geweldige ontwikkelingen, zevenmijls laarzen noem ik dat. Wat is het toch een geweldig mooi vak!”
Werkbespreking met Masterstudent Floor Pots