Docentenportret Robin d’Arcy Shillcock en Hilda Snoeijer

In het tweede semester starten Robin d’Arcy Shillcock en Hilda Snoeijer met de lessenreeks ‘Vergelijkende anatomie’ voor de masterscholing, oftewel: ‘observeren, beleven en verbeelden’. De mens en dier staan hierin centraal. Met name Shillcock zal deze lessen verzorgen. Aangezien Shillcock regelmatig in het buitenland te vinden is, begeleidt Snoeijer de lessen waar nodig. Hieronder leest u een introductie over beide docenten, hun eigen werk en hun verwachtingen over de lessen.

Robin d’Arcy Shillcock

Robin d’Arcy Shillcock is vagebond, bewandelt ruige oorden tussen Spitsbergen en Australië, met het schetsboek onder de arm. Zijn aandacht gaat vooral uit naar dieren en mensen en de sporen die ze achterlaten in het landschap. Hij geniet een internationale reputatie als kunstenaar, schrijver over kunst en reizen, als organisator van internationale kunstprojecten en onafhankelijke conservator voor museale projecten. Hij groeide op in India, Guatemala, Mexico, Australië en studeerde af als autonoom beeldend kunstenaar aan Minerva. Shillcock werkt sindsdien als kunstenaar, schrijver, projectontwikkelaar en soms ook als illustrator, o.a. voor de Natuurschool Groningen. Al sinds 1980 geeft hij les in Nederland. Vanaf 1996 doceerde hij in in Frankrijk en afwisselend in Zweden, Duitsland, Noorwegen en Canada in plein air schilderen.

Robin d’Arcy Shillcock, ‘De muze en de kunstenaar’

Ervaring met dieren deed hij op in de valkerij en in het opvangen van gewonde en verweesde dieren, met name vogels. Alsof hij het nog niet druk genoeg heeft, is Shillcock ook mede-oprichter en bestuurslid van Artists for Nature Foundation, een in Nederland gevestigde stichting met ANBI-status die groepen kunstenaars naar bedreigde natuurgebieden stuurt om ter plekke te werken en middels hun werk te getuigen van zowel de rijkdommen als de bedreigingen van dat gebied – met als einddoel via reizende tentoonstellingen en mooie boeken politici, beleidsmakers en publiek te inspireren tot: bescherming. Zijn werk is opgenomen in museale, particuliere en bedrijfscollecties in acht landen. Zijn boeken verschenen in vijf talen.

Shillcock vertelt over zijn inspiratie en verwondering en hoe hij deze verwerkt in zijn schilderijen en tekeningen:
“Elke tekening begint met een ervaring, een emotie, een observatie, een gedachte, een mogelijkheid, een vluchtig idee gevangen in een lijn dat veraf verbindt met dichtbij, mijzelf met de tastbare wereld. Ik teken en schilder om niet te vergeten, om het voortgaan van de tijd te vertragen, om te kunnen zeggen: Kijk, dit was zo’n moment dat ik niet wilde loslaten.”

“Mijn keuze voor de geschilderde realiteit heeft alles te maken met mijn verwondering over de wereld, die vol verhalen zit. Mijn zoektocht daarnaar, het schetsboek onder de arm, verschaft me een rijkdom aan ontmoetingen die in herinnering nog lang nagloeien. Het op locatie werken, met het penseel als verlengstuk van het zoekende oog, vormt de basis van al mijn werk. Het is een respons op het onmiskenbare genoegen van het waarnemen, van het aan den lijve ondervinden van de wereld, van het buiten zijn. Elke tekening of schilderij is een onderdeel van een persoonlijk verhaal, dat vooralsnog voortduurt. Tekeningen en aquarellen dienen als basis voor composities die in de beslotenheid van het atelier ontstaan. Als een alchemist transformeer ik mijn indrukken van vorm, kleur en textuur tot een coherent beeld, een illusie van ooit was, in een proces van ‘strippen’ dat leidt tot sterke composities in kleine, intieme schilderijen of doeken van drie meter of meer.”

“Schilderen is enerzijds intoxicatie, anderzijds ambacht, labeur in solitude. In het verbeelden van fragmenten van mijn leven komen verbindingen tot stand tussen het nu en hetgeen opgelost is in de stroming van de tijd. Mijn werk onderstreept dat het leven waardevol is en met milde blik bekeken dient te worden. In de rationele praktijk van realistisch verfgebruik kan een wonderbaarlijke verbinding ontstaan tussen scène en universele waarheid, verheffende gedachte of onbenoembare emotie, tussen materie en geest.”

Robin d’Arcy Shillcock aan het werk tussen de ezels in de Franse Alpen

“Ik ben een onverbeterlijke realist, maar ongetwijfeld met romantische inslag. Ik geloof namelijk dat na 900 jaar goede figuratie nog bestaansrecht heeft, de kracht bezit om begrepen te worden ver over de grenzen van onze cultuur en tijd, en nog steeds ‘s mensen harten kan beroeren. De gedachte dat iemand iets maken kan dat anderen kan ontroeren is een van ‘s werelds ondergewaardeerde wonderen.” Aldus Shillcock.

Shillcock kijkt met veel enthousiasme uit naar de lessen bij de academie, zo vertelt hij: “In deze lessen blijven we dicht bij de werkelijkheid – maar niet uitsluitend, want vormgeven van wat je gezien hebt hangt grotendeels ook af van verbeelding. We gaan op zoek naar verdieping. We kijken naar mens en dier, naar opbouw, naar beweging, de ultieme expressie van levenslust (denk bijvoorbeeld aan dans, een galoperend veulen), en zo mogelijk ook naar de “psychologie” van het onderwerp – hadden we maar alle tijd in de wereld.”


Hilda Snoeijer

Kunstenares Hilda Snoeijer is gefascineerd door landschappen en bomen. Zij heeft de opleiding schilderen en tekenen aan Academie Minerva gevolgd. De inspiratiebron en aanleiding van haar werk zijn vaak de landschappen van Noord- en Centraal-Spanje en de eindeloze bossen van Scandinavië.

Berken in een noordelijk bos kunnen zo’n aanleiding zijn. ”Van dichtbij is zo’n berkenstam een feest van opgekrulde stukjes bast, die zijden glans, het heldere wit met zwart…”, zo vertelt Snoeijer.
Tekenen met het fluwelig zwart van houtskool is een techniek die zich heel goed leent voor het weergeven van structuren en contrasten door te poetsen, te krassen, te vegen en vooral te gummen. Zelfs de zachte, witte veren van een zwaan kan ze zo met het zwarte houtskool goed weergeven (“Pure poezie”, S. van den Berg, recensent).
Snoeijer verklaart nader: “.. het kan een snelle, directe techniek zijn met veel mogelijkheden tussen het diepste zwart en het lichtste grijs. Vooral bij het schetsen vind ik het heerlijk om over het papier te flitsen. Maar als ik bezig ben met de vacht van een schaap, de manen van een ezel of de bast van een boom, dan werk ik laag over laag om op die manier uiteindelijk een rijke structuur te krijgen …”.

Haar tekeningen zijn dan ook zeer doorwerkt en de met grote aandacht getekende texturen bijna tastbaar aanwezig. Voor Snoeijer is een tekening geslaagd, als je er de aandacht en concentratie waarmee het is gemaakt aan af kunt lezenen ook de liefde voor het onderwerp.
…met een stukje houtskool kan ik over de landschappen heen dwarrelen, overal ben je dan in gedachten geweest. Alles wordt door het krijtje aangeraakt. Dit geldt ook voor het tekenen van dieren. Je dwaalt met het houtskool en raakt het dier overal even aan. Het is een intimiteit die ik voel als ik aan het tekenen ben …”. Aldus Snoeijer.

Hoewel haar onderwerpen uit de natuur komen en haar werk figuratief is, zitten haar tekeningen tegen het abstracte aan. Zij laat de natuur zelf die abstractie aanreiken door heel dicht op het onderwerp te kruipen, uitsnedes te maken of door zich te laten leiden door bijvoorbeeld de grillige vormen van besneeuwde takken.

Hilda Snoeijer aan het tekenen. Rechts het werk ‘Festen’

Werk van Hilda Snoeijer is opgenomen in de collectie van het Drents Museum in Assen en in de Møhlmann-collectie. Exposities o.a.: Museum de Buitenplaats, Eelde; Drents Museum, Assen;  Kunstzaal van Heijningen, Den Haag; galerie Bonnard, Nuenen en Schloss Dornum, Dornum.

Over de tekenles voor de Klassieke Academie vertelt Snoeijer:
Ik hoop dat ik mijn eigen plezier in het werken met zwart-wit (en alle grijstinten daartussen) kan overbrengen tijdens de les. Tekenen kan meer zijn dan de schetsmatige voorbereiding voor een schilderij.”