Erwin van Iwaarden, zes jaar Klassieke Academie

Door Leni Herenius

In waar vroeger de kleedkamers van het zwembad De Papiermolen te Groningen waren, heeft Erwin van Iwaarden zijn atelier. Op die plek had ik vrijdag 30 augustus een prettig en inspirerend gesprek met hem. Erwin is in juni 2019 op 50-jarige leeftijd afgestudeerd aan de masteropleiding van de Klassieke Academie.

Een aantal malen in het gesprek viel de naam Martine, zijn vriendin. Zij kwam met de folder over opleidingen bij de Klassieke Academie. “Is dat nu niet net wat voor jou?” Erwin vond de folder er vrij degelijk uitzien en startte met de basisopleiding. Toen hij een jaar later twijfelde zich al dan niet voor de vakopleiding aan te melden in verband met zijn werk en drie opgroeiende kinderen, gaf Martine aan dat hij dat toch vooral wel moest doen. Aan het eind van het gesprek benadrukte Erwin, dat de opleiding goed te doen is en je veel oplevert, als de achterban er volledig achterstaat. Erwin combineert nu zijn werkzaamheden voor zijn bouwkundig ingenieursbureau van iwaarden met zijn activiteiten als beeldend kunstenaar. Hieronder een weergave van het gesprek met Erwin.

Terugblik in vogelvlucht
“In september 2013 startte ik met de basisscholing, modeltekenen en anatomie. Hiervoor tekende ik zowel voor mijn werk (bouwkundig ingenieur) als tijdens vakanties en op een tekenclub. Ik had geen echt beeld van de basisopleiding, maar sinds de eerste les raakte ik gefascineerd en beleefde er veel plezier aan. Ook het snel moeten leren werken van korte standen bij modeltekenen werkte voor mij erg goed. Toen kwam de vraag: wil en kan ik verder? Kan ik twee dagen per week vrijmaken? Het antwoord was: ja. Ik deed toelatingsexamen voor de vakopleiding en werd toegelaten.
In het eerste jaar van de vakopleiding wordt hoofdzakelijk getekend, vele aspecten komen aan bod: toonwaarde, plastiek, compositie en perspectief, waarbij de verkortingen van het beeld vaak verkeerd worden getekend als je het beeld niet goed meet. Wat ik, als zzp’er zonder directe collega’s, heel plezierig heb gevonden is het contact met enthousiaste klasgenoten en docenten. Je bouwt een heel nieuw netwerk op.
Tijdens het tweede jaar ga je daadwerkelijk met verf (alle verfsoorten) aan de gang en leer je los te komen met kleur. Het is een hele weg te gaan. Ik wilde het schilderen goed onder de knie krijgen, maar het is niet simpel om te mengen en de kleur te mengen die je ook echt wilt hebben. Ik had geen enkele twijfel of ik wel op de goede plek zat. Ik twijfelde alleen of de opleiding te combineren viel met mijn werk. Echter, ondanks alle inspanning, ontspanden de lessen mij juist.
In het derde jaar van de vakopleiding was er meer verdieping met extra aandacht voor textuur, contrast en kleur. Ik had veel plezier in buitenschilderen en het werken met aquarel. Ik ben van plan hier nog eens mee aan de slag te gaan. Mede door de lessen kunstgeschiedenis werd mijn blik nog meer verruimd. In de eerste drie jaar word je aan de hand gehouden. Voorzichtig begin je aan het einde van de vakopleiding wat losser te worden.”

Erwin van Iwaarden en zijn schilderij ‘Annex 3’

“De volgende stap is de tweejarige masteropleiding, hier word je meer vrijgelaten. Tijdens de master kan je steeds beter vanuit je eigen focus schilderen, gerichter kijken, dingen zien en vastleggen. In de master kwam er steeds meer context en ging je steeds verder op je eigen ontdekkingstocht. Ik ging anders naar kunst kijken. Natuurlijk zijn er raakvlakken met architectuur, maar een architect is een schakel binnen een complex geheel. Als kunstschilder kan je het hele proces in eigen hand houden, dit is een fijn gevoel. Het viel mij op dat de meeste studenten dichtbij het onderwerp willen staan. Ik geef er de voorkeur aan achter in de groep te staan, heen en weer te lopen, goed te letten op licht-donker verhoudingen en te knijpen met de ogen. Mijn werk moet kloppen en fascineren.”

“Mijn fascinatie is de manier waarop we ‘zien’. Dit vormt hoe wij de werkelijkheid ervaren. Er is dus niet één werkelijkheid. Als ik naar mijzelf kijk, zie ik dan dezelfde Erwin zoals een andere kijker die ziet? Ik wil wat teweegbrengen met een portret van mijzelf, zo zie ik mijzelf. Door mee te geven hoe ik zelf kijk, stel ik de vraag of mensen zich in mij kunnen verplaatsen. Of is dit niet mogelijk? Dit is en blijft fascinerend voor mij.”

“Op de eindexamenexpositie kan je constateren dat iedereen een eigen weg heeft gevonden, er is duidelijke differentiatie te zien. Hierop kan ieder voortborduren of afwijken. De toekomst zal het leren.
Ik vind het heel goed dat je bij de Klassieke Academie les krijgt van zoveel verschillende docenten. Er zijn in de kunstschilder-wereld vele meningen, hier moet je je eigen weg in gaan vinden. Het is een grote meerwaarde dat veel docenten je iets over hun eigen weg willen en kunnen vertellen.”