Studentenportret Marian Hangyi

Marian Hangyi

‘Ik dacht: ik wil hier niet meer weg!’

Marian Hangyi doet het derde jaar van de vakopleiding. Als we haar vragen hoe ze hier terecht gekomen is, zegt ze dat ze altijd al getekend heeft. Ze zegt het als iets dat ze volstrekt logisch vindt, maar ook als iets waar ze trots op is: ‘Tekenen was altijd al m’n beste vak.

Toen ze na haar MBO Activiteitenbegeleiding, een opleiding tot creatief begeleider, Minerva ging doen, lukte het haar niet dat af te maken. ‘Het liep anders.’ Ze stopte en kreeg met haar echtgenoot drie kinderen. Toen die groter werden pakte ze haar eigen praktijk als creatief begeleider weer op. Ook nam ze met veel plezier opdrachten in bruidsfotografie aan. Daarna ging het even minder. Het leven kwam ertussen, en een periode van therapie en coachingstrajecten volgde, die uiteindelijk twaalf jaar duurde. In die tijd ging ze weer tekenen en schilderen. Nadat haar man een atelier voor haar had gebouwd is ze creatieve begeleiding aan mensen met een beperking en schildercursussen gaan geven. ‘Door uit te delen liep ik tegen grenzen aan’, vertelt ze daarbij. ‘Ik wist: er zit meer in en dat moet eruit!’ Ze kreeg een sterk verlangen om te leren tekenen en schilderen naar de oude meesters. ‘Handvaten. Diepgang.’
In de praktijk was dat verlangen niet zomaar ingelost. Ze liep aan tegen praktische dingen als kosten, maar ook haar eigen twijfel. ‘Ik had wel van de academie gehoord, maar ik geloofde niet dat ik het kon.’ Ook werkt ze graag met mensen, haalt ze daar haar energie uit.

De keuze om therapeut te worden of te gaan voor kunstenaar bleek niet zomaar gemaakt. Ze begon aan de basisscholing: ‘Ik was toe aan een stap maar ik durfde niet te kiezen voor de opleiding.’ Toen werd ze ziek. Ze kwam erachter wat ze wilde. Na een half jaar Pfeiffer bleek namelijk wat ze het ergste miste, het tekenen te zijn. ‘De eerste energie die ik weer op kon brengen wilde ik dáár aan besteden.’ Na een tijdje realiseerde ze zich: ‘Ik wil hier niet meer weg!’ Van verschillende hoeken kreeg ze te horen: waarom meld je je niet gewoon aan bij de vakscholing? Dan kon ze wel zien waar het schip strandt.

Tijdens een les van het derde vakscholingsjaar staat Marian een stilleven te schilderen. Ze wijst op een groepje vaasjes opgesteld in een hoek, dan op haar papier, legt uit wat ze moet doen en vertelt hoe ze dat voor elkaar probeert te krijgen. Ze praat rustig en enthousiast. Hoe is, na een paar jaar, dat schip nu gestrand? ‘Nou, dat schip stoomt maar door!’ zegt ze stralend. ‘Er gebeurt in je hoofd zoveel.’ De academie bleek voor haar niet alleen een technische, maar ook een psychologische basis. ‘Ik ben gegaan van uitgeknepen naar opnemende spons.’ Inmiddels ziet ze zichzelf beeldend kunstenaar worden.