Medewerkersportret Pieter Jan Kuiken

Pieter Jan Kuiken is de huismeester van Paradijsvogelstraat 16 en doet meer dan alleen de deur open en dicht draaien. Hij doet boodschappen en zorgt ervoor dat spullen klaarstaan wanneer ze nodig zijn. ‘Het doet me hier denken aan Minerva. De sfeer, de studenten, de docenten onderling. Als beeldhouwer weet ik waar ze mee bezig zijn.’‘Ik ben zelf in 1987 afgestudeerd als beeldhouwer aan Academie Minerva, daarvoor deed ik Ubbo Emmius Tekenen en Handvaardigheid. Ik heb fijne herinneringen aan Sebastiaan Vos, de werkplaats assistent op Minerva. Hele aardige man met wie ik een goede band had. Hij was er elke dag, Zo’n assistent, daar kun je met je vragen terecht. Zo zie ik mezelf ook.’

Pieter Jan zat bij de laatste lichting studenten van Minerva die afstudeerden met beeldhouwen. Daarna ging het onderwijs over op conceptuele kunst. ‘We hadden een klein klasje van vier man, heel gezellig. Ik ben blij dat ik nog naar model heb gewerkt. Ik vind het jammer dat er zo weinig animo voor dit prachtige vak is.’

Hij kan zich goed inleven in de studenten. ‘Van de studenten wordt verwacht dat hun werk anatomisch verantwoord is en ook een eigen handschrift heeft. Dat is best veel. Ze kunnen mij als collega beeldhouwer zien. Ik ben er om ze te helpen, het zijn studenten, we moeten niet verwachten dat ze het allemaal al kunnen. Het is een leerproces en dat blijft het ook. Dat probeer ik ze duidelijk te maken en ook het enthousiasme voor het vak over te brengen, want dat is het mooiste om mee bezig te zijn; beeldende problemen oplossen.’

Bij Museum de Buitenplaats in Eelde werkte Jan Pieter zo’n 15 jaar. Hij was vanaf het begin betrokken bij het ontwerpen en uitvoeren van stapelmuren en waterloopjes in de tuin van het museum. ‘Toen ik op de Klassieke Academie kwam werken, ben ik weer begonnen met beeldhouwen. Ik werk vanuit fantasie of vanuit herinneringen naar de realiteit toe.’

Zijn atelier is dichtbij en Pieter Jan fietst regelmatig naar de academie. ‘Dat zijn voor mij niet twee verschillende werelden. Als het goed is ben ik onzichtbaar op de academie. En als ik er niet ben en alles in het honderd loopt, blijkt pas wat ik eigenlijk allemaal doe. Iemand zei: “Je maakt te veel uren”, maar ik vind het geen straf om hier te zijn.’