Docentenportret Jan van der Kooi

In de projectweek gaf Jan van der Kooi zijn jaarlijkse Masterclasses. Vraag aan de studenten wat ze van deze docent vinden en ze noemen unaniem één woord: bevlogen! ‘Jan is een bevlogen leraar, geeft opbouwende kritiek, vertelt open over hoe hij zijn werk aanpakt,’ vindt Maya Post. Ze had Jan wel veel eerder in haar studie als leraar willen hebben. ‘Een week is veel te weinig!!’

Jan prikkelt zijn studenten graag door ze uit de tent te lokken. ‘Wat wil je van me leren? Is mijn eerste vraag, om ze vervolgens te confronteren met het belang van de tekening in het schilderij. Eerst de toonladders uit je hoofd leren dan pas beginnen aan een pianosonate.’ Zijn volgorde van werken is: eerst de studie van je onderwerp, dan begrip, inzicht, verwondering en tenslotte verbeelding. Dat maakt duidelijk hoe je stap voor stap tot een (voor jouw) goed resultaat kunt komen!

Voor Dian Folkersma kwam die verwondering toen ze in de dierentuin had getekend. ‘De dag erna gingen we verder met apenschedels tekenen. Ik tekende een schedel in een tekening die ik in de dierentuin had gemaakt en hierdoor kreeg ik meteen inzicht in de ruimtelijkheid. Daarna kreeg ik de opdracht om over een schedel, uit mijn hoofd, een gorilla te tekenen. Dit was nog best lastig. Ik merkte dat ik kennis miste. Als ik de volgende keer een echte gorilla teken, weet ik wat ik mis en kan ik die dingen bestuderen.’ Dian heeft veel van Jan geleerd over de menselijke anatomie en ook wat van de dierlijke. ‘Door de ruggengraat te bestuderen heb ik beter inzicht gekregen in hoe de kop op de romp staat. Mijn modeltekeningen zijn nu beter onderbouwd. En ik heb het verschil geleerd tussen een studietekening en een verbeeldende tekening.’

Wat Trix Folkers is bijgebleven: denk in groei, niet in het eindproduct; vergeet de handen en voeten niet! En de ruggengraat bepaalt het uiterlijk van het zoogdier dat je wilt tekenen.

Links: tekening van Mariëlle Bistervels. Rechts: schetsen van Anneke van der Weij.

Jan van der Kooi vindt de Klassieke Academie een lovenswaardig instituut. ‘Het is een mooi antwoord op de alsmaar voortschrijdende erosie van het klassieke handwerk en de jubel over het over het paard getilde conceptuele. Wat mij betreft zou er in het eerste jaar alleen maar tekenonderricht gegeven moeten worden. De schilderkunst kan niet zonder de tekenkunst. De tekenkunst is daarom in mijn ogen belangrijker dan de schilderkunst. Overigens gold dit principe al in de 16e eeuw. Dus mijn pleidooi voor de Klassieke Academie is: meer en goed tekenonderricht. Dat is meteen de reden waarom ik er lesgeef: de studenten nadrukkelijk wijzen op een goede beheersing van het tekenvak voordat je begint met schilderen.’

Susan van Ekkel heeft van de Masterclass van Jan van der Kooi geleerd trouw te blijven aan zichzelf en haar creativiteit. En dat ze zich alleen met zichzelf moet vergelijken.

Jan hoopt dat de studenten van zijn Masterlessen hebben ervaren dat tekenen de basis is van alle verdere beeldende activiteiten. ‘Alle Grote Jongens in de Klassieke traditie konden naast beeldhouwen, etsen of schilderen ook zonder uitzondering goed tekenen. Dat zegt genoeg. Ik studeer en teken nog elke dag.’

Tekening van Jan van der Kooi