Interview met Piet Sebens: ‘De zwoegende estheet’

Midden in de binnenstad van Groningen huist het atelier van docent en kunstschilder Piet Sebens. In de vakscholing jaar 2 doceert Piet het vak ‘Gelaagd schilderen’, waarbij tekenen en schilderen naar de waarneming centraal staan.

Dat Piet naast schilderen een passie heeft voor verzamelen, zie je meteen als je zijn atelier binnenstapt. “Ik en mijn vrouw hebben wel vijftien verschillende verzamelingen”. Zelf houdt hij erg van Japanse en Aziatische zaken, waar zijn verzameling keramiek een goed voorbeeld is. “De vormen, de kleuren, de structuren en het glazuur spreken me aan.” Piet heeft zich omringt met bronnen van inspiratie.

Ook zijn fascinatie voor het werk van Hollandse kunstenaars uit de zeventiende eeuw (zoals Vermeer en Ter Borch) en Scandinavische kunstenaars is zichtbaar. “Heel vaak zeggen mensen die hier komen ‘wat is het hier netjes, ordelijk voor een atelier’. Dat vind ik leuk. Alles is gerangschikt, alles heeft een plaats. Ik moet stillevenspullen in het oog hebben. Het zorgt ervoor dat als ik hier ’s ochtends kom dat ik me hier thuis voel.

Als kunstenaar typeert Piet zichzelf als een echte ‘zwoeger’. “Mijn stillevens vergen veel tijd en concentratie. Over de grotere werken doe ik over het algemeen maanden. De zoektocht naar een nieuw beeld begint met het opstellen van een stilleven. Als het tegenzit duurt dat soms dagen. Dat wordt gevolgd met een uitgebreide verkenning van het onderwerp, door middel van een tekening in een A4 schetsblok. Naast compositie zijn vorm en toonwaarden aandachtspunten. Deze schets wordt vergroot op het gewenste formaat paneel, meestal ongeveer op ware grootte, met houtskool. Dan begint het schilderen. Ik kies een stukje uit wat niet te veel in het oog springt, en daar begin ik met olieverf. Dat breidt zich dan steeds verder uit. Dat moet zo veel mogelijk nat-in-nat gebeuren. Als laatste wordt nog plaatselijk een transparante laag aangebracht, het zogenaamde ‘glacis’. Dat is het peper en zout van het schilderij: het maakt het werk af en brengt het in balans. Een lang proces. Je moet dus zorgen dat het je niet opvreet. Maar uiteindelijk vind ik ‘het zwoegen’ toch ook wel leuk en waardeer ik dat heel erg in het werk van anderen. De jurken van Ter Borch bijvoorbeeld, fantastisch! Hoe heeft hij dat gedaan?!”

In de onderwerpen die Piet kiest herkent men de verzamelaar én de colorist. Daarnaast kenmerken zijn composities zich door een heel nadrukkelijke ordening. “Een stilleven is eigenlijk een soort legpuzzel, zo vertel ik dat ook aan de studenten. Je moet met een schaartje alle vormen kunnen uitknippen. Het moeten allemaal interessante vormen zijn. Dit eierdopje staat bijvoorbeeld voor dat kommetje. Als je het uitknipt, dan zit er een hap in. Maar die vorm is misschien wel interessanter dan de hele vorm te laten zien. Compositie is iets what pleases the eye. Het is een spel. Normaal gesproken mag er niets in het midden staan: dat is meestal nogal saai. Tenzij er een andere vorm naast staat die aan die vorm trekt, waardoor hij eigenlijk weer een beetje uit het midden wordt getrokken. Ik meet veel na. Ruimtes mogen nergens gelijk zijn: ook saai."

“Er is verder niets vreselijk dieps aan: geen concept, geen blabla. What you see is what you get. Net als muziek moet kunst voor mij voornamelijk boeiend, spannend en heel mooi zijn. Je ziet tegenwoordig heel veel vluchtige beelden. Ik vind het mooi als een beeld de blik van de bezoeker kan vasthouden. Dat het je het gevoel geeft dat je verkwikt naar huis gaat. Matisse zei ooit dat hij kunst wilde maken ‘die mensen niet stoort of verontrust. Ik wil dat iedereen die moe, afgebeuld en beproefd is rust vindt in mijn werk.’ Daar kan ik me helemaal in vinden.”

“Het leuke van de lessen aan de Klassieke Academie vind ik dat je heel erg stil staat bij hoe het proces van schilderen in z’n werk gaat. Mijn lessen zijn eigenlijk een soort kijkoefeningen. We werken met een ‘zoekertje’. De studenten moeten het ding elke les bij zich hebben. Als je daarmee begint, kun je gaan rondkijken. Als je de compositie hebt gevonden, dan zet je hem vast. Alles wat je ziet door het kadertje, dat moet je tekenen. Als blijkt dat de compositie toch nog niet helemaal jofel is, dan kijken we er samen naar. Kan er nog iets af, is het werk dan meer in balans met de rest? Studenten mogen zelf de compositie samenstellen. Dat moet je natuurlijk ook leren, wat een goede compositie is en wat niet. Het is voor een deel ook een kwestie van smaak. Hoe je kijkt is ook heel belangrijk. Het is niet alleen met open ogen kijken, maar ook met geloken ogen – alsof je tegen de zon in kijkt. Dat is echt heel belangrijk, om de grote vormen en toonwaarden goed te zien. Heel af en toe zie ik iemand een gekke bek trekken, dan denk ik: hee, die doet het! Heel goed!”


De Gele Schaal van Piet Sebens is t/m 2 juli live te zien op de tentoonstelling 'Marterhaar Fijnschilders' in het Kunsthuis Secretarie te Meppel. Daar hangt ondermeer ook werk van onze docenten Henk Helmantel en Rein Pol.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *